Biokip
2000

Biokip 2000

Recensie Marian Cousijn 
24 mei 2014 - De Correspondent


De camera zoomt tussen de tralies door in op de kop van een kip. Doffe veren, de gele snavel wijst schuin omhoog. De ogen zijn bedekt door een wit vlies en omgeven door beestjes. De kip spert haar snavel open, werpt haar kopje met een laatste krachtsinspanning naar achteren en laat het dan voorover vallen, tegen het gaas aan. Een doorzichtige vloeistof druppelt uit de snavel, die nog een paar keer op en neer gaat. Het wordt een straaltje, en dan weer druppels. Op de achtergrond klinkt het geluid van een langsrijdende ambulance. De kip beweegt nu niet meer. Het druppelen stopt. De kip is leeg. Dood. Het hoopje veren tegen het hek zal nu snel koud worden.
Binnen nog geen tien minuten is het gedaan. ‘Ongelofelijk,’ verzucht de oude man die naast mij op het museumbankje zit, ‘hoeveel vocht er uit zo’n beest komt.’ ‘Maar ze hadden het wel wat mooier mogen filmen,’ antwoordt zijn vrouw.


Sterfscènes, de kunstgeschiedenis zit er vol mee. Maar slechts zelden voel je een kunstwerk zo in je lijf als deze video: Biokip (2009) van Hans van Houwelingen. Waar je naar kijkt is eigenlijk veel te zielig, te intiem, te ongemakkelijk. Het werk is even eenvoudig als ontroerend. De kunstenaar heeft nauwelijks gemonteerd, je ziet gewoon van heel dichtbij een kip van ouderdom doodgaan. Of nou ja, hoe gewoon is dat eigenlijk, een kip die van ouderdom sterft? Veruit de meeste kippen wacht een veel vroegere dood in de gruwelijke bio-industrie. Deze kip heeft geluk gehad om oud te worden en een natuurlijke dood te sterven. Maar die natuurlijke dood blijkt minder idyllisch dan gedacht. De titel van het werk zet je aan het denken over deze kwesties, maar voor de rest spreekt de kunstenaar zich niet uit: of deze kip beter af is dan haar soortgenoten uit de bio-industrie, blijft onuitgesproken.